Boex-Hoefnagels

Sigaren


De firma Boex-Hoefnagels & Co (1856-1873 (vanaf 1865 zonder Zeegers))

Zoals gebruikelijk in die tijd werd om onderscheid tussen de verschillende naamdragers te maken, de naam van de echtgenote aan de eigen naam gekoppeld. De fabriek aan de Smalle haven
De fabriek lag aan de Smalle haven. Later kwam hier van der Putt en Smeets.
A.W. Boex (Eindhoven 11-12-1833) en J.W.Zeegers (Eindhoven 24-09-1820) gaan in 1856 de vennootschap onder firma Boex-Hoefnagels & Co. aan, met het doel snuif en sigaren te fabriceren.

De productie van sigaren bleek in de praktijk verreweg het belangrijkste van de twee te zijn.

Jan Willem Zeegers een kleinzoon van J.W. Hoefnagels, en een neef van de vrouw van A.W. Boex, heeft van 1843 tot 1856 het vak geleerd bij zijn opa en zijn oom Johannes Henricus Timmerman in Peer (Wijchmaal).


In mei 1844 uitgeschreven in Eindhoven maar al eerder in Peer woonachtig.
In 1844 hoorden de beide Limburgen nog bij elkaar volgens de gemeenteraad van Eindhoven.
Zeegers vertrok naar Hertogdom Limburg en kwam in 1856 terug uit de provincie Limburg.

Ingeschreven in 1843 en weer vertrokken op 22-6-1856.

Jan Willem Zeegers was tot hij sigarenfabrikant werd reiziger voor de firma's J.W. Hoefnagels & Zonen en van Baar & Raymakers.

Per advertentie werd zijn vertrek bekend gemaakt.
In juli 1865 werd het compagnonschap tussen Boex en Zeegers beŽindigd.
De firma Boex-Hoefnagels werd onder dezelfde naam door A.W. Boex voortgezet.
Zeegers richtte toen een nieuwe sigarenfabriek op samen met H.J. Vlijmincx de zoon van de burgemeester van Woensel, die als kantoorbediende bij Boex-Hoefnagels werkzaam was.

(Kantoorbediende H.J. Vlijmincx werd later zelf burgemeester van Woensel.)

Zoals blijkt uit een notariŽle acte uit 1868 betreffende de aankoop van het nieuwe fabrieksgebouw, noemde Boex zich niet langer sigarenfabrikant. maar kassier en commissionair in effecten. Met het kassierskantoor waagde hij zich op het gebied van de langlopende kredietverlening, wat hem fataal werd. Vanwege het kassierskantoor werd hij in 1872 in staat van faillissement gesteld. Dat betekende tevens het einde van de sigarenfabriek.
Bron: Beginnen in Eindhoven.

De fabriek aan de Smalle Haven werd in 1873 overgenomen door van der Putt & Smeets die kort daarna hun fabriek aan de Kleine Berg te koop aanboden. advertentie

PARENTEEL: (Sedert 2008 kan vrijwel een gehele stamboom via internet gemaakt worden)
Johanes Wilhelmus Hoefnagels, geboren te Valkenswaard. Doop 16-03-1757.
Gehuwd (1) op 28-07-1785 te Eindhoven met Maria van Oirschot.
Gehuwd (2) op 25-07-1790 te Eindhoven met Anna Catharina van der Dussen.
Uit het eerste huwelijk:
1. Johanna Elisabetha Hoefnagels, gedoopt (RK) op 03-02-1788 te Eindhoven.

Uit het tweede huwelijk:
2. Maria Catharina Hoefnagels, gedoopt (RK) op 23-05-1791 te Eindhoven.
Gehuwd 08-01-1815 te Eindhoven met Franciscus Jacobus Zeegers, Hoedenfabrikant, gedoopt (RK) op 04-02-1790 te Eindhoven.

Uit dit huwelijk: Johannes Wilhelmus Zeegers, geboren op 24-09-1820 om 1:30 uur te Eindhoven.

3. Petrus Andreas Hoefnagels,
gedoopt (RK) op 29-10-1800 te Eindhoven.
Gehuwd op 15-09-1828 te Venlo met Dorothea Henrietta Timmerman, geboren op 12-03-1799 te Venlo, overleden op 29-07-1867 te Eindhoven op 68-jarige leeftijd, dochter van Johannes Henricus Timmerman en Maria Catharina Sax.
Uit dit huwelijk:
Henrietta Maria Catharina Anna Hoefnagels, geboren op 19 11 1830 te Eindhoven.
Gehuwd op 25 jarige leeftijd op 18 09 1856 te Eindhoven met Antonius Wilhelmus Boex, 22 jaar oud, Tabaksfabrikant, geboren op 11 12 1833 te Eindhoven.

In rood de sigarenfabrikanten Hoefnagels en de neven Zeegers en Boex-Hoefnagels.

Frans Gommers van E-i-B.nl
(tikte het stuk over uit: Dr. K.E.Sluyterman,
Ondernemen in sigaren. ISBN 90-70641-07-0.)
A.W. Boex en J.W. Zeegers waren respectievelijk 22 en 35 jaar oud, toen zij in 1856 een vennootschap onder firma aangingen onder de naam Boex-Hoefnagels & Co. met het doel snuif en sigaren te fabriceren.
De produktie van sigaren bleek in de praktijk verreweg het belangrijkste van de twee te zijn. Zij vestigden zich in hun ouderlijke woonplaats Eindhoven. De samenwerking duurde negen jaar. De vader van A.W. Boex, F. Boex, was wijnhandelaar in Eindhoven en bekleedde vele functies in het openbare leven. Zijn grootvader, H. A. Boex, was in 1791 naar Eindhoven gekomen, waar hij met veel succes een Frans pensionaat leidde.
Van de kant van de familie Boex kwam geen tabakskennis, maar wel vermogen.
De tabakskennis was aanwezig in de familie van de vrouw van A.W. Boex, H.M.C.A. Hoefnagels.
Haar vader, P.A. Hoefnagels was sigarenfabrikant en voorzitter van de Kamer van Koophandel in de jaren 1852-1860, terwijl haar grootvader J.W. Hoefnagels, de firma J.W. Hoefnagels & Zn. had opgericht, die tabakswaren fabriceerde en in tabak handelde.
Tevens was het de oudste sigarenfabriek te Eindhoven.
J.W. Zeegers was eveneens een kleinzoon van J.W. Hoefnagels en een neef van de vrouw van A.W. Boex.
Dat men koos voor de naam Boex-Hoefnagels & Co. in plaats van Boex & Zeegers is opvallend, want uit de boekhouding kon niet worden opgemaakt dat de familie direct financieel bij het bedrijf betrokken was.
De keuze voor de naam Boex-Hoefnagels & Co. is niet opvallend als de betekenins van het - streepje bekend is,
Antonius Wilhelmus Boex-Hoefnagels was de leidende firmant, Johannes Wilhelmus Zeegers was de co..
Deze pagina begon met de in brabant gebruikelijke naamgeving.

Alleen indirect leverde P.A. Hoefnagels een bijdrage door zich bij een bepaalde lening borg te stellen. Of het geld dat op naam van A.W. Boex stond eigenlijk van zijn vrouw afkomstig was, kon niet worden nagegaan, maar zeker is wel dat de familie Boex zelf niet onbemiddeld was. Het bedrijf groeide gestaag. In juli 1865 werd het compagnonschap tussen Boex en Zeegers beŽindigd. Zeegers richtte toen een nieuwe sigarenfabriek op samen met H.J. Vlijmincx, de zoon van de burgemeester van Woensel, die als kantoorbediende bij Boex-Hoefnagels werkzaam was. Zeegers had wellicht het gevoel, dat hij met Boex de zaak niet zo tot ontplooiing kon brengen als hij graag zou willen. De firma Zeegers & Vlijmincx heeft in ieder geval langer bestaan dan de firma Boex-Hoefnagels, die door A.W. Boex werd voortgezet. Misschien beschouwde Boex het bedrijf meer als bron van inkomsten dan als levenswerk. Voorjaar 1865 solliciteerde hij met succes naar de betrekking van agent van de Generale Bank ter bevordering van Landbouw en Openbare Werken, een creatie van Langran Dumonceau. Deze bank was in Nederland voornamelijk werkzaam via een dochterinstelling, de Nederlandsche Maatschappij voor Grondcrediet. Vervolgens werd Boex directeur van het bijkantoor te Eindhoven van de Internationale Bank voor Landbouwcrediet, die met de eerder genoemde instellingen in verband stond. Dit bijkantoor werd in juni 1867 weer opgeheven. Zelf had Boex inmiddels een kassiers- en effectenkantoor opgericht. Uit dit nevenbedrijf groeide voor hem een hoofdbedrijf, want blijkens een notariŽle acte uit 1868 betreffende de aankoop van het nieuwe fabrieksgebouw, noemde Boex zich niet langer sigarenfabrikant, maar kassier en commissionair in effecten. Zijn belangstelling voor de sigarenfabriek lijkt wat geluwd te zijn, wat men zou kunnen afleiden uit het feit dat de boekhouding wat minder zorgvuldig is bijgehouden. Toch draaide het bedrijf ook na 1865 heel redelijk. In 1872 richtte Boex de Eindhovensche Bankvereeniging op, waarvan hij zelf directeur werd.
Met het kassierskantoor waagde hij zich op het gebied van de langlopende kredietverlening, wat hem fataal werd. Vanwege het kassierskantoor werd hij in 1872 in staat van faillissement gesteld.
Dat betekende tevens het einde van de sigarenfabriek.
Na het faillissement emigreerde Boex naar Amerika.
Daar zag hij nog kans een belangrijke rol in het openbare leven te spelen door functies als stadsklerk,
vrederechter en notaris te bekleden.

Bron: Dr. K.E.Sluyterman, Ondernemen in sigaren. ISBN 90-70641-07-0 Frans Gommers (http://www.eindhoven-in-beeld.nl/picture/show/32236/Boex-Hoefnagels-Cie)